Het Koningskerkje was de kerk van de Ned. Hervormde Gemeente in Vierlingsbeek. Reeds 1 jaar na de Vrede van Munster in 1648 vestigde zich in Vierlingsbeek de eerste dominee, de uit het Duitse Eberfeld afkomstige heer Teschenmäcker. De grote Laurentiuskerk werd toen voor de katholieken verboden terrein. Teschenmäcker bleef 38 jaar in Vierlingsbeek. Alleen in 1672 moest de dominee korte tijd vluchten voor het oprukkende Franse leger. Tijdens het dominee-schap van Teschenmäcker groeide het aantal leden van de Hervormde Gemeente gestaag, vele katholieken uit het dorp stapten over op het protestantisme.
Als gevolg van de Franse Revolutie veranderde er rond 1800 ook veel in Vierlingsbeek. Eén van de gevolgen daarvan was het gedwongen teruggeven van de Laurentiuskerk aan de katholieken.
Onder leiding van dominee Hanewinckel bouwden de overgebleven protestanten een nieuw kerkje dat echter niet al te stevig bleek te zijn. Al in 1811 moest dominee Bronckhorst weer een nieuw gebouw laten neerzetten. Maar ook dat kerkje stortte al in 1839 gedeeltelijk in. In 1843 is uiteindelijk het kerkje gebouwd zoals dat nu nog bestaat, een eenvoudig zaalkerkje.
De pastorie is naast het Koningskerkje gelegen, gescheiden door de Willem I straat. Dominee Boeser was de laatste dominee die er gewoond heeft. Na de Tweede Wereldoorlog sloot de Vierlingsbeekse Hervormde Gemeente zich aan bij die van Boxmeer. De pastorie werd toen een tijd bewoond door de Fam. van Heijster. Daarna kwam er de afdeling Sociale Zaken van de Gemeente Vierlingsbeek in, evenals het kantoor van de H.A.R.K. (Hulp Aktie Rode Kruis). Nadat de oorlogsschade in het dorp enigzins hersteld was zou de pastorie geschikt gemaakt worden als rusthuis voor protestantse bejaarden, maar in 1950 werd het pand voor 20 jaar verhuurd aan de Jeugd Herbergcentrale te Amsterdam. Tenslotte kocht de Gemeente Vierlingsbeek het pand met de bijbehorende tuin in 1970 om de woning weer te verkopen aan een partculier.